Mijn blog | Wie ben ik? | Boeken | Recepten | Foto's | Weetjes en tips | Contact | Home | fr | nl

Meer sjans met Frans!
Nederfranse taalanekdotes, missers en uitglijders
En hoe het wél moet
Marion Everink
Scriptum
ISBN 9789055945467
Prijs € 12,50

Herziene druk

Handig en geestig

Afgelopen zomer verscheen de zesde, geheel herziene druk van een amusant boek met de wat oubollige titel Meer sjans met Frans! De titel is ook een tikje misleidend, want er zijn niet zo veel tips in te vinden om met (meer) succes een Franstalig persoon te versieren. Gelukkig biedt de ondertitel de lezer meer inzicht in de inhoud: Nederfranse taalanecdotes, missers en uitglijders, en hoe het wel meet. In tien thematisch geordende hoofdstukken geeft de auteur, sinds 2001 woonachtig in de Provence, een soms hilarisch overzicht van het mijnenveld dat het Frans voor ons Nederlanders kan zijn.

Veelbelovend is het eerste hoofdstuk 'Valse vrienden en ander onaangenaam gezelschap'. Naast bekende voorbeelden als het onderscheid tussen het Nederlandse ordinair en het Franse ordinaire, komt het verschil tussen de Franse bonbon en de schijnbaar gelijknamige Nederlandse bonbon aan bod, alsook het subtiele onderscheid tussen pralinés en pralines. Ook wordt uiteengezet hoe het zit met de juiste uitspraak van de Franse h, heel nuttig voor wie ons land pleegt aan te duiden als l'Hollande. Verder lezend word je niet teleurgesteld: in het hoofdstuk 'Santé' valt te leren hoe handig het is om te weten dat je met keelklachten niet per se hoeft te vragen of er een oto-rhino-laryngologiste in de buurt is, maar gewoon de afkorting oto-rhino kunt gebruiken. Ook hier passeert een valse vriend: van de dokter krijg je geen recette (waar je kookliefhebbers een plezier mee kunt doen), maar een ordonnance. Gelukkig ontbreekt in het hoofdstuk 'Au boulot!' niet de hilarische misser van de Nederlander die op kantoor zijn Franstalige vrouwelijke collega aanbiedt om partager la chambre, niet beseffend dat dat woord uitsluitend de betekenis van slaapkamer heeft. Gepast immers is hier het woord bureau. Tussen de middag worden geen boterhammen genuttigd, ook geen broodjes, je eet dan warm in het bedrijfsrestaurant of buiten de deur, met restaurantbonnen die korting opleveren. Met zo'n eetcultuur is het dan ook geen wonder dat sinds 2010 de Franse keuken op de Unesco-lijst voor immaterieel erfgoed is te vinden.

Handig is ook het hoofdstuk 'Het juiste woord', waarin meteen al wordt afgerekend met het klunzige bonjour als afscheidsgroet, waar - afgezien van au revoir - bonne journée (prettigefijne dag nog) de juiste uitdrukking is. Iets dergelijks geldt trouwens voor bonsoir (dat al zo tegen een uur of vijf 's middags in de plaats komt van bonjour als binnenkomer) en respectievelijk bonne soirée. De klassieker flux de bouche, een eigenschap waarover vlotte sprekers zouden beschikken, wordt terecht ook niet overgeslagen. Geen Fransman die dit zegt, hij zal het hebben over een persoon qui a la parole facile. Evenmin is flux de parole een passende uitdrukking, want dat is een woordenvloed, die niet per se op spreektalent hoeft te duiden.

Beestjes in soorten en maten komen aan bod in het hoofdstuk 'C' est trop bête'. Weinig Nederlanders zullen het Franse woord voor wandelende tak kennen. Alleen wie, zoals de auteur, schoolgaande kinderen heeft, komt daar met vallen en opstaan achter (un phasme). Dat een coccinelle (uit te spreken met -ks-) ook wel bête à bon Dieu heet, helpt om te snappen wat dat voor beestje is, maar dat Fransen de VW Kever Coccinelle noemen, is voor Nederlanders minder voor de hand liggend. Tamelijk curieus ook is het gegeven dat puce een veelzijdiger woord is dan we denken: het Frans associeert een chip kennelijk met de vlo, de oorspronkelijke betekenis van dat woord, maar wie haar kind ma puce noemt, bedoelt dat als een liefkozing. De mouche ontbreekt niet, maar misschien kunnen de bateau-mouche en de enculeur de mouches in een volgende druk een plaatsje vinden.

Hetzelvde geldt - maar volledigheid is vanzelfsprekend onmogelijk bij taalverzamelingen - voor het hoofdstuk 'Daar zit wat in!': in de paragraaf waarin de embouteillage wordt besproken kan misschien de accordéon (stilstaand en langzaam rijdend verkeer) ook warden ondergebracht, net als verderop in het hoofdstuk de panne de jus, de spinazie in het gezegde mettre du beurre dans les epinards, en de endives (die geen andijvie zijn).

De preoccupatie van de Fransen met het (Amerikaans-)Engels wordt met bekende en minder bekende voorbeelden mooi geïllustreerd in 'Parlez-vous franglais?', taal van en met kinderen vinden we in 'On fait la course?', het weer in 'La pluie et le beau temps', argot en verlan in het slothoofdstuk 'Met de Franse slag'.

Heel praktisch is de index - van Abeille tot en met Zen - aan het eind van dit handige, geestige en betaalbare boekje. Grappig zijn de tekeningen van Djanko, waarin op creatieve wijze taalkundig ongemak wordt verbeeld. Klein puntje over de omslag: de naam van het getekende café zou wat authentieker ogen als er op de gevel staat: Café Au Bon Mot.

Arie Hoeflaak

Levende Talen Magazine 2013



Vorige druk :

Sjans in het Frans

Franglais is de verzamelnaam voor de samensmelting van woorden uit het Frans en het Engels. De Nederlandse taal komt hier echter evengoed voor in aanmerking, wat verwarrende maar hilarische situaties kan opleveren. Want is een tasse dan geen tas en een batterie geen batterij? In het grappige boekje Meer sjans met Frans! leert Marion Everink de liefhebber hoe het Frans wél gesproken dient te worden. Per hoofdstuk wordt aan de hand van anekdotes en grappige voorbeelden duidelijk gemaakt welke taalfouten Nederlanders vooral niet meer moeten maken. Zelfs de Nederlander met een degelijke basiskennis Frans kan hier iets van opsteken! Ideaal voor mee op reis.

Leven in Frankrijk (najaar 2007)



Keukentafelfrans

Une batterie, s'il vous plaît. Het lijkt een logische bestelling in de campingwinkel, als je zaklamp het even niet meer doet. Maar de verkoopster kijkt je glazig aan. Zoek je een pannenset? Een legbatterij? Een autoaccu? Of een drumstel?
Het Frans is een mooie taal. En een beroerde uitspraak willen Fransen je ook best vergeven. Maar je moet wel het goede woord voor het goede voorwerp gebruiken. Anders raken ze subiet het spoor bijster. En dus is het goed om te weten dat een zaklampbatterij une pile is.
Want hoewel ze nogal slordig heten te zijn, hebben de Fransen alles wat los en vast zit met wiskundige precisie benoemd. Ze gaan daarbij veel gedetailleerder te werk dan wij. Nederlanders gebruiken het woord 'fles' voor flessen in alle soorten en maten. Maar in Frankrijk drinkt de baby uit un biberon, zit parfum en hoestsiroop in un flacon en zit de wijn in une bouteille. Die woorden kun je niet ongestraft verwisselen.
Er gaapt een gat tussen het schoolboekenfrans dat we hier in Nederland leren en de taal die de Franse burger spreekt. Wie op school goed zijn best heeft gedaan, kan een toespraak van de president redelijk volgen. Die praat langzaam en duidelijk. Een gesprek aan de keukentafel, dat is echter andere koek. Dan moet je niet alleen je woorden zorgvuldig kiezen, maar je moet ook zien te doorgronden wat er wordt teruggezegd. Fransen slaan woorden over of draaien ze om. En ze gebruiken merkwaardige afkortingen en stopwoordjes.

Meer sjans is geen ingewikkeld taalboek met diepgravende grammatica. Het is meer een aaneenschakeling van praktische tips, op gekleurd papier en met vrolijke cartoons. Everink beschrijft dagelijkse dingen: het weer, de boodschappen, gezondheid, het werk en ook het merkwaardige Engels dat Fransen gebruiken. De onderwerpen zijn stuk voor stuk herkenbaar voor de betere Fransspreker en nuttig voor wie dat nog eens hoopt te worden.

Cor de Boer

Leeuwarder Courant 22 juni 2007



HET MOOIE WEER IS NIET GENOEG
Oud-Enschedese schrijft taalboekje over haar ervaringen in Frankrijk

Door Corine van Zuthem
ENSCHEDE/AIX EN PROVENCE

(uittreksel)

Haar kinderen -9,8 en 5 jaar - zijn inmiddels volledig 'verfranst'. "Ze praten onderling Frans en wijzen mij haarfijn op de fouten die ik maak. Als ik niet weet of het 'le' of 'la' is ga ik bij mijn kinderen te rade. Het Frans is voor hen een natuurlijk gegeven, het is hun moedertaal, terwijl ik er tot in lengte van dagen bij zal moeten blijven nadenken."
Zes jaar geleden vestigde de in Enschede geboren en getogen Marion Everink (46) zich definitief in Zuid-Frankrijk. "Het was niet het standaard 'ik-vertrek-verhaal' zoals je dat in televisieprogramma's ziet", zegt ze. "Ik heb grote bewondering voor mensen die van de ene op het andere dag naar het buitenland verhuizen en al hun schepen achter zich verbranden. Bij ons is het toch iets anders gegaan."
Ze woonden in Parijs -haar man was er als expat gestationeerd- toen de vraag zich opdrong of ze terug zouden gaan naar Nederland of toch in het buitenland zouden blijven. Ze hadden ooit ook al eens een periode in Oostenrijk en Duitsland gewoond. Eigenlijk waren ze nog helemaal niet uitgekeken in Frankrijk. "Het is een heerland land waar ik altijd een meer dan gemiddelde belangstelling voor heb gehad. En Frans was en is absoluut mijn lievelingstaal. We wisten: als we nu teruggaan naar Nederland, zetten we zo'n stap waarschijnlijk nooit meer."
De ruimte en de afwisseling in het landschap trok hen uiteindelijk over de streep. Maar ook de aard van de bevolking sprak hen aan. "Die uitdrukking 'met de Franse slag' klopt echt. De mensen zijn hier over het algemeen veel gemakkelijker en niet zo precies. Als je je huis niet keurig om de twee jaar schildert zal niemand je daar op aankijken. Het is een cliché, maar Fransen zijn echte levensgenieters. Lekker eten en leuke dingen doen vinden ze veel belangrijker dan het huis helemaal picobello te hebben."

Interview De Twentsche Courant Tubantia, 10 juli 2007



Het Franse vocabulaire zit voor Nederlanders vol valkuilen "in een bijna ondoordringbaar oerwoud". Wie zich, het vakantie-Frans voorbij, met Fransen in het wild wil verstaan, is gebaat bij een kundige gids die naast de uitleg van een woordje zus en een woordje zo tevens signaleert in welk cultuurpatroon de communicatie wortelt. Daar kun je uiteraard heel ver in gaan. Dit luchtige, met leuke cartoons doorschoten boekje is maar een eerste opstapje, dat een breed publiek wil waarschuwen tegen allerlei missers en misverstanden die zich in de dagelijkse praktijk kunnen voordoen. In tien hoofdstukjes komen overzichtelijk gerubriceerd en helder toegelicht reeksen woorden en uitdrukkingen aan bod die in bepaalde situaties niet-bedoelde effecten zouden kunnen sorteren. De selectie is niet altijd even logisch. Veel nuttige attenderingen, zeker, maar ook omissies als brutal (ruw), environnement (milieu), manquement (nalatigheid) of pasteur (dominee). Overigens een handig vademecum met charmante anekdotes, levendig vormgegeven met gekleurde pagina's.

Bol.com door NBD/Biblion juli 2007



Nederlanders dénken dat ze goed Frans spreken ...
Nederlandse verzamelt Hollandse uitglijders in de Franse taal

Door Frans Regtien
27 juli 2007

"Aux Pays-Bas j'ai gagné beaucoup de bocals."
(In Nederland heb ik veel vissenkommen gewonnen.)

"Oh les belles fleurs, je vais chercher la vase."
(O wat een mooie bloemen, ik ga even wat modderslib zoeken.)

"De dokter zegt dat ik rhinopharyngite heb."
"Oh, hoe lang heb je nog te leven?"
(rhynopharyngite is Frans voor een verkoudheid met keelpijn)

Dit zijn voorbeelden uit het boekje Meer sjans met Frans: Nederfranse taalanekdotes, missers en uitglijders, geschreven door Marion Everink. Zij ging in Frankrijk wonen en leerde daar de taal met vallen en opstaan kennen. Jarenlang maakte ze aantekeningen om bepaalde fouten niet te vergeten. De notitieboekjes slingerden in de auto en de slaapkamer.

Vervelende mensen
Op een gegeven moment bedacht ze dat het aardig was om er meer mee te doen. "Frankrijk wordt zo vaak gezien als het land waar je graag naar toe gaat op vakantie, maar dat het zo jammer is dat er Fransen wonen, want het zijn zulke vervelende mensen. Ze willen je niet begrijpen", zegt Marion Everink.
"Mijn boek had ook kunnen heten: 'Ik breek een lans voor het Frans'. Om de taal toegankelijker te maken en het leren ervan vooral ook van een ludieke kant te bekijken."

Nederfrans
Veel Nederlanders op de camping denken dat ze het Frans redelijk goed beheersen, maar in feite praten ze Nederfrans, zoals uit bovenstaande voorbeelden blijkt. Het klinkt soms zo goed, dat het bijna echt Frans lijkt. Maar in werkelijkheid is het voor de Fransman uitermate koddig om te horen.

Het boek is bedoeld voor Nederlanders met een redelijke basiskennis Frans en een meer dan gemiddelde interesse voor de taal. Mensen die dus willen weten waarom une batterie geen batterij is en une rampe geen ramp, zo schrijft de uitgever.

Kinderen
Nog dagelijks is Marion met het Nederfrans bezig. Zelfs haar kinderen, 5, 8 en 9 jaar oud, corrigeren haar regelmatig. Zoals bij het gebruik van de s en de z. Dat zijn in Frankrijk zeer verschillende letters, net als de f en de v. Er is een wereld van verschil tussen vous avez (u heeft) en vous savez (u weet). "Daar zijn zelfs kleine kinderen erg gevoelig voor", zegt Marion.

Waarom is het Frans voor haar de mooiste taal ter wereld? "Het is zangerig en rijk aan prachtige woorden. Franse chansons zijn prachtig om te horen, ook al begrijp je er geen woord van. En het Frans heeft veel nuances, die de taal alleen maar mooier maken."

Interview Radio Nederland Wereldomroep/Wereldexpat.nl



Nederfrans levert pijnlijke en grappige situaties op. C'est archi hyper cool

Op de middelbare school is Frans geen populair vak. Daarna wordt het merkwaardig genoeg anders. Veel volwassenen zeggen Frans zo'n mooie taal te vinden en frankrijk is al jaren nummer één van favoriete vakantielanden. Voor iedereen die wat met de taal of het land heeft, is er een amusant boekje vol 'Nederfranse taalanekdotes'.

Ester Karels-Boonzaaijer

Tegenwoordig staan de woordenlijsten op een cd en kunnen leerlingen thuis oefenen met de uitspraak. Vroeger dreunden we de vocabulaires echter op in de klas. Altijd waren er wel woorden bij die de lachlust opwekten, zoals het Franse drôle dat grappig betekent, of rare dat zeldzaam betekent. Het zijn zogenaamde faux amis, valse vrienden: woorden die in beide talen hetzelfde klinken en soms hetzelfde gespeld worden, maar die toch een totaal andere betekenis hebben. C'est dur, la vie betekent niet dat het leven duur is, maar dat het zwaar is. Une rampe is geen ramp, maar een helling. Bonbons is een oer-Frans woord, maar in Frankrijk heten de zuurtjes zo en als je bonbons zoekt moet je kijken bij de chocolats of de pralinés.
De schrijfster van Meer sjans met Frans!, Marion Everink, heeft een flinke hoeveelheid van dit soort woorden verzameld. Het boekje leest als een ervaringsverhaal van iemand die in Frankrijk gaat wonen, daar allerlei taalhobbels moet nemen en via pijnlijke of juist grappige misverstanden haar weg vindt. Een en ander wordt op kleurige bladzijden opgedist en is rijkelijk voorzien van sprekende tekeningen. Het is onderhoudend geschreven en je steekt er nog wat van op.
Hier en daar stipt Everink culturele verschillen aan. In Frankrijk heerst op de werkvloer bijvoorbeeld een strengere hiërarchie dan in Nederland en je kunt op het werk niet aankomen met een trommeltje waarin wat boterhammen zijn gepropt.
Wie de Fransen een beetje kent, ziet het volgende tafereeltje voor zich: De loodgieter die een aantal dagen bij de schrijfster aan het werk is, installeert zich om 12.00 uur in een hoekje van de tuin met een butagasbrandertje, pan, bord, bestek, glas. Uit de koelbox haalt hij vlees om ter plekke te braden. Hij snijdt er een uitje bij en eet intussen zijn salade als entree, met een stuk stokbrood erbij natuurlijk.
Het slothoofdstuk gaat over spreektaal en jongerentaal, en geeft alvast wat uitdrukkingen waar je een goed figuur mee slaat. Deze doet het in Nederland misschien ook niet slecht: C'est archi hyper cool (archi is het voorvoegsel 'aarts').

Reformatorisch Dagblad, 7 november 2007
facebook twitter linkedIn blogger